críticas
NRC Handelsblad, 2025 October 15
Populariteit van de luit. Met de luit bereikt ze een miljoenenpubliek op YouTube ....
De luit heeft een wat bedaard imago maar was ooit hét instrument bij uitstek om je macht en rijkdom mee te tonen. Met veel succes brengt Evangelina Mascardi het instrument nu naar een hedendaags publiek. „Ik ben een modern persoon met moderne gevoelens en een moderne smaak.”
NRC HandelsbladNRC Handelsblad, 2025 October 15, Marnix Bilderbeek
Vierentwintig snaren telt het instrument van Evangelina Mascardi. „Gitaristen zijn vaak vol bewondering”, grinnikt ze, „zij begrijpen hoe moeilijk het moet zijn om met zó veel snaren te spelen. Grappig genoeg speel ik de het meest op gitaarfestivals.”
Grappig, inderdaad – want Mascardi’s instrument ís geen gitaar. Ze bespeelt de luit, een peervormig tokkelinstrument dat zijn oorsprong heeft in de ud, een Arabisch snaarinstrument dat Europa met de Moorse overheersing binnenkwam – ‘al ud’ gaf het Spaanse ‘láud’. In Europa werd het instrument ongekend populair in de tijd van de renaissance en de barok. Er werd een enorm repertoire voor gecomponeerd, even omvangrijk als dat voor orgel indertijd. De eerste gedrukte muziekboeken waren gemaakt voor de luit. „In de eerste dertig jaar van de zestiende eeuw verschenen er al zo’n tweehonderd luitboeken”, licht Mascardi toe. „Voor het orgel en het klavecimbel kwam dat pas veel later op gang.”
Evangelina Mascardi (Buenos Aires, 1977) geldt als een van de grootste luitisten van haar generatie. Ze studeerde bij luitpionier Hopkinson Smith en bouwde een internationale carrière in oudemuziekensembles van dirigenten als Jordi Savall, Andrea Marcon en John Eliot Gardiner. Nu woont ze in Italië, het land van haar voorouders, waar ze doceert aan het Conservatorio Santa Cecilia in Rome. In concerten en albumopnames richt ze zich de laatste jaren vooral op het solorepertoire.
Met opmerkelijk succes: haar muziekvideo’s op YouTube worden miljoenen keren bekeken. Geen flitsende beeldregie, geen moderne gadgets, maar gewoon spelend op een krukje in een kerk of een oud palazzo, met de luit op schoot. Virtuoos brengt ze een oud instrument naar een hedendaags publiek over de hele wereld.
„Ik kreeg een filmpje toegestuurd van een elektrische-gitaarklas in Florida, waarin ze samen naar mijn Bach-video zaten te kijken. En er is een bekende Braziliaanse heavy-metalgitarist die mijn video gezien had en de eerste noten van die Bach-suite probeerde na te spelen. Ontzettend leuk vind ik dat. Er is veel wederzijdse bewondering tussen de luit- en de gitaarwereld.”
Trots vertelt ze hoe ze begin dit jaar werd geïnterviewd door een Italiaans jazzmagazine. Niet meteen de plek waar je een gesprek over Johann Sebastian Bach en Sylvius Leopold Weiss verwacht.
Die laatste is, als je het Mascardi vraagt, de grootste luitcomponist aller tijden. „Hij was een absolute ster”, vertelt ze tijdens een ontmoeting in een Utrechtse koffiezaak. Haar luitkoffer leunt tegen een bankje; ze heeft vanmiddag een recital gespeeld op het Festival Oude Muziek. Met uitsluitend werken van Weiss. Hij was een buitengewoon productief componist en een technisch begenadigd musicus – en volgens de concertprogrammatekst de ‘Paganini van de vroege achttiende eeuw’.
„Als Weiss de kamer binnenkwam, verdrongen mensen elkaar om hem te kunnen zien en horen spelen. Hij was wereldberoemd. Sommige rivalen waren zo jaloers op zijn succes dat ze hebben geprobeerd om hem te verwonden. Een jaloerse violist heeft ooit bijna zijn duim eraf gebeten.”
Hollywood van de achttiende eeuw
Op 16 oktober is het precies 275 jaar geleden dat Sylvius Leopold Weiss overleed. Geboren werd hij in het huidige Polen in 1687, en hij was nog geen twintig toen hij debuteerde als hofmusicus in Breslau. Later werkte hij in Düsseldorf en in Rome, „bij ons om de hoek”, vertelt Mascardi. „Een van zijn kinderen is gedoopt in het kerkje naast ons conservatoriumgebouw.”
De laatste dertig jaar van zijn leven werkte hij aan het hof in Dresden, als best betaalde musicus van zijn tijd. „Dresden was het Hollywood van de achttiende eeuw, dáár gebeurde het. Alle belangrijke musici wilden daarnaartoe. Vivaldi schreef muziek voor het hof in Dresden, en ook Bach probeerde er aan de bak te komen, maar die werd afgewezen.”
Dat Weiss, een bekende van Bach, het in Dresden wél ver schopte zegt niet alleen iets over zijn virtuositeit, maar ook over zijn instrument. De luit was eeuwenlang hét statussymbool van de Europese adel. Mascardi: „Mensen lieten zich door de beste schilders portretteren met een luit in handen. Door zo’n instrument in huis te hebben toonde je als familie hoe gecultiveerd je was. Een beschaafd caballero of gentiluomo moest een luit kunnen bespelen.”
Met de nieuwste muziekboeken bleef men thuis aan tafel op de hoogte van wat zich afspeelde in de muzikale hoofdsteden van Europa. In de vroege luitliteratuur vind je muziek van de grote polyfonisten: Josquin des Prez, Nicolas Gombert of Cristóbal de Morales. Oorspronkelijk voor zangstemmen, maar heel goed na te bootsen op de luit.
„De luit is eeuwenlang in ontwikkeling geweest, al naar gelang de muzikale behoeftes van die tijd”, duidt Mascardi. „Het instrument kreeg steeds een andere vorm, meer snaren, extra bassen, een langere nek. De barokluit is daarnaast heel anders gestemd dan een renaissanceluit. Je kunt dus eigenlijk niet spreken van dé luit, het is een hele familie van instrumenten.”
„Als luitspeler pas je je instrument steeds aan op de muziek die je speelt. Voor een solorecital heb je een intieme luit nodig met een verfijnde klank, maar als je in een ensemble speelt, gebruik je een groter en krachtiger instrument zoals een teorbe. Anders kan niemand je horen.”
Mascardi heeft verschillende exemplaren uit de luitfamilie in haar bezit. Het compacte instrument dat naast haar in een draagkoffer ligt, is perfect voor het solorepertoire van Weiss. „Op mijn teorbe kan ik dat onmogelijk spelen. Nou ja, je kunt het wel arrangeren, maar dat is alsof je pasta combineert met fish and chips. Alles mag natuurlijk, maar je verliest de identiteit van de muziek.”
Ze wijst op haar dertien-korige barokluit: „Deze luit geeft me iets heel anders dan mijn teorbe. En andersom.” De meeste teorbisten spelen daarnaast op enkele snaren, terwijl de snaren van een solo-luit gebundeld zijn in koren: paren die op dezelfde noot gestemd zijn en tegelijk worden geplukt.
„Dat heeft vooral te maken met de klankkleur”, legt Mascardi uit. „Een enkele snaar kun je spelen met een snelle attack; dat geeft een harde en scherpere klank. Maar als je dat bij een dubbelsnarig instrument zou doen, dan klappen de twee snaren tegen elkaar. Dat maakt een lelijk geluid. Bij een luit als deze speel je daarom met een langzame attack, voor een meer vocale klank.”
En vocaal betekent bij een luit zowel zingend als sprekend, volgens Mascardi. „Die twee kun je niet los van elkaar zien. Vroeger kwam bij muziek de tekst op de eerste plaats. Zonder tekst was er geen muziek. Tegenwoordig draait zingen eerder om de melodie. We zijn nu veel meer geïnteresseerd in de kwaliteit van een geluid, maar de betekenis van het geluid zijn we uit het oog verloren.”
„Die betekenis is voor mij wel belangrijk, ook in instrumentale muziek. Op de luit leg ik die in de articulatie van de snaren. Daarmee vertel ik een verhaal. Als ik geen verháál zou vertellen, dan zijn het alleen maar mooie klanken zonder inhoud.”
Marnix Bilderbeek
